Jessica van Wingerden en Siddharth Khandekar (Algemeen Bestuur Stichting Boor) over het belang van diversiteit in de bestuurskamer in het onderwijs

Wie een school binnenloopt in Rotterdam, ziet direct de diversiteit van de stad terug. Kinderen met verschillende culturele achtergronden, uiteenlopende thuissituaties en verschillende kansen waarmee zij hun schoolloopbaan beginnen. Voor Stichting BOOR, het bestuur voor openbaar onderwijs in Rotterdam, is die realiteit geen uitdaging die buiten de schooldeuren blijft. Juist daarom vraagt goed bestuur om verschillende perspectieven.

Met de recente benoeming van Siddharth Khandekar als lid van het Algemeen Bestuur kreeg Stichting BOOR niet alleen nieuwe vastgoedexpertise binnen, maar ook een nieuw perspectief vanuit de volkshuisvesting. Samen met bestuurslid Jessica van Wingerden (voorzitter van de remuneratiecommissie en de onderwijscommissie) vertelt hij waarom diversiteit in bestuur een bewuste strategische keuze is.

Vrouw met roodbruine haar in groene blouse, glimlachend, leunend op een wit oppervlak tegen een lichte achtergrond
Zakelijke man in blauw pak poseert bij een stadsbrug met moderne kantoorgebouwen en water op de achtergrond

Besturen in een hyperdiverse stad

Rotterdam behoort tot de meest diverse steden ter wereld. Die diversiteit zie je dagelijks terug binnen de scholen van Stichting BOOR. Niet alleen in culturele achtergronden, maar ook in de verschillen tussen wijken, kansen en leefwerelden van kinderen.

"Onze scholen vormen een afspiegeling van de samenleving", vertelt Jessica van Wingerden. “Van scholen in buurten waar veel gezinnen beschikken over ruime kansen en voorzieningen tot scholen in gebieden waar die mogelijkheden minder vanzelfsprekend zijn. Die verschillen zijn in de praktijk duidelijk zichtbaar. Tegelijkertijd is dat juist de kracht van openbaar onderwijs. Kinderen ontmoeten elkaar, leren van elkaar en groeien samen op."

Volgens haar maakt die context het besturen van een onderwijsorganisatie als BOOR bijzonder. De diversiteit van Rotterdam brengt uitdagingen met zich mee, maar vooral ook kansen.

"Kinderen komen niet allemaal vanuit dezelfde uitgangspositie de school binnen. Sommige kinderen hebben een taalachterstand, anderen groeien op in gezinnen waar armoede een grote rol speelt. Dat beïnvloedt hun ontwikkeling. Tegelijkertijd zit er enorme rijkdom in die diversiteit. Kinderen maken kennis met verschillende tradities, geloven en perspectieven. Zo leiden we uiteindelijk wereldburgers op."

Ook Siddharth Khandekar herkent die kracht van de stad. "Historisch gezien zijn grote steden emancipatiemachines. Het zijn plekken waar mensen kansen krijgen om zichzelf te ontwikkelen. Onderwijs speelt daarin een cruciale rol."

Historisch gezien zijn grote steden emancipatiemachines. Het zijn plekken waar mensen kansen krijgen om zichzelf te ontwikkelen. Onderwijs speelt daarin een cruciale rol.

Wanneer de samenleving de school binnenkomt

De diversiteit van Rotterdam betekent ook dat maatschappelijke ontwikkelingen direct zichtbaar worden binnen scholen. Van Wingerden ziet dat regelmatig gebeuren. "De onrust in de wereld blijft niet buiten de schooldeuren. Denk aan de conflicten op diverse plekken in de wereld, maar ook de polarisatie dichterbij huis. In een stad als Rotterdam hebben veel leerlingen een persoonlijke verbinding met zulke gebeurtenissen."

Dat vraagt iets van scholen, maar ook van bestuurders. "Je moet ervoor zorgen dat scholen veilige plekken blijven waar het gesprek gevoerd kan worden. Niet door moeilijke onderwerpen uit de weg te gaan, maar juist door ruimte te creëren voor dialoog. Hoe zorg je ervoor dat verschillen niet leiden tot polarisatie? Hoe blijf je met elkaar in gesprek wanneer het spannend wordt?"

Volgens Van Wingerden begint dat bij het voorleven van de waarden waar BOOR voor staat. "Open staan voor elkaar is geen slogan, maar een dagelijkse opdracht. Leerkrachten, schoolleiders en bestuurders moeten dat actief ondersteunen. Door scholing aan te bieden aan docenten, ervaringen uit te wisselen en moeilijke thema's bespreekbaar te maken. Juist in een hyperdiverse stad moet je daar voortdurend aandacht voor hebben."

Meer dan een zoektocht naar vastgoedexpertise

De zoektocht naar een nieuw bestuurslid begon vanuit een concrete behoefte. Binnen het algemeen bestuur kwam een positie vrij van een bestuurslid met vastgoedexpertise.

"Huisvesting is ontzettend belangrijk voor onderwijs", zegt Van Wingerden. "Een schoolgebouw moet gezond, veilig en toekomstbestendig zijn. De kwaliteit van de leeromgeving heeft direct invloed op de ontwikkeling van kinderen. De zoektocht ging over meer dan alleen vakinhoudelijke kennis. Binnen het bestuur wordt bewust gekeken naar de samenstelling van het team als geheel. Welke expertise is aanwezig? Welke perspectieven ontbreken nog? En hoe zorg je ervoor dat het bestuur aansluit bij de samenleving waarvoor het verantwoordelijk is?"

Voor Khandekar vormde juist die combinatie een belangrijke reden om te solliciteren. "Ik vind nevenfuncties verrijkend omdat je daarmee kennismaakt met een andere sector. Tegelijkertijd zag ik ook veel raakvlakken. Als directeur bij Havensteder werk ik dagelijks aan maatschappelijke vraagstukken in Rotterdam. Onze woningen staan vaak in dezelfde wijken als waar de scholen van BOOR gevestigd zijn. Veel leerlingen van BOOR wonen in woningen van Havensteder."

Die verbinding maakte de stap naar het onderwijs volgens hem logisch. "Zowel volkshuisvesting als onderwijs draait uiteindelijk om kansen creëren. Het gaat om mensen helpen zich te ontwikkelen en de stad sterker maken. Scholen vormen een soort microkosmos van een wijk. Als het goed gaat met een school, heeft dat invloed op de wijk, en andersom geldt dat ook."

Zowel volkshuisvesting als onderwijs draait uiteindelijk om kansen creëren. Het gaat om mensen helpen zich te ontwikkelen en de stad sterker maken.

Verschillende perspectieven maken betere besluiten

De benoeming van Khandekar past binnen een bredere visie op bestuur. Diversiteit wordt binnen BOOR gezien als een manier om tot betere besluitvorming te komen.

"Wij kiezen bewust voor diversiteit", zegt Van Wingerden. "Dat gaat over man-vrouwverhoudingen, generaties, culturele achtergrond en verschillende expertisegebieden. Maar ook over de vraag wie iemand is als mens en welke ervaringen iemand meebrengt."

Volgens haar ontstaat juist daar de meerwaarde. "Je wilt geen groep mensen die allemaal hetzelfde denken. Je wilt verschillende perspectieven aan tafel hebben, zodat plannen, besluiten en dilemma's vanuit meerdere invalshoeken worden bekeken."

Dat wordt zichtbaar tijdens de bestuursvergaderingen. "Neem een jaarplan. Iedereen kijkt daar anders naar. De een stelt vragen vanuit financieel perspectief, een ander vanuit duurzaamheid en weer iemand anders vanuit onderwijskwaliteit. Daardoor worden plannen beter."

Van Wingerden noemt huisvesting als voorbeeld: "Wanneer we spreken over een schoollocatie kijkt het ene bestuurslid naar de impact op kinderen, medewerkers en hun leer- en werkomgeving. Een ander bestuurslid kijkt juist naar duurzaamheid of naar de financiële consequenties. Door die verschillende invalshoeken ontstaat een vollediger beeld."

Volgens Khandekar is dat juist in Rotterdam van groot belang: "Als organisatie wil je een afspiegeling zijn van de samenleving waarvoor je werkt. Bovendien is het gewoon verrijkend om samen te werken met mensen die anders naar vraagstukken kijken dan jij."

Diversiteit vraagt om bewust kiezen

De aandacht voor verschillende perspectieven speelde ook een belangrijke rol tijdens de wervingsprocedure. Zowel Van Wingerden als Khandekar kijken positief terug op het proces dat samen met Colourful People werd ingericht.

Khandekar benadrukt vooral de zorgvuldigheid richting kandidaten. "Ik heb het als een heel prettig proces ervaren. Je wordt goed begeleid, goed voorbereid en er zijn geen verrassingen. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet altijd."

Van Wingerden wijst daarnaast op de aandacht voor objectieve selectie. "Wat ik sterk vond, is dat alle betrokkenen bewust werden meegenomen in onderwerpen als bias en inclusieve selectie. Ook wanneer je veel ervaring hebt met benoemingsprocedures is het waardevol om stil te staan bij je eigen aannames en blinde vlekken." Volgens haar ligt daar een belangrijke les voor veel organisaties. "Je hoort soms dat bepaalde kandidaten niet gevonden kunnen worden. Mijn ervaring is dat je dan vooral moet onderzoeken hoe je zoekt. Bereik je wel de juiste mensen? Stel je misschien eisen die niet allemaal noodzakelijk zijn?"

Diversiteit vraagt volgens haar niet om lagere standaarden, maar om een bredere blik. "Als je vasthoudt aan een standaardlijstje met eisen, kun je altijd redenen vinden waarom iemand niet past. Maar als je kijkt naar het totaal van een team, ontstaat er veel meer ruimte om talent te herkennen."

Wat ik sterk vond, is dat alle betrokkenen bewust werden meegenomen in onderwerpen als bias en inclusieve selectie. Ook wanneer je veel ervaring hebt met benoemingsprocedures is het waardevol om stil te staan bij je eigen aannames en blinde vlekken.

Goed bestuur vraagt om verbinding én lef

Het gesprek komt uiteindelijk uit bij de vraag wat goed bestuur vandaag de dag vraagt. Voor Khandekar is het antwoord duidelijk. "In een tijd van toenemende polarisatie moet een bestuurder mensen bij elkaar kunnen houden. Tegelijkertijd moet er ook geleverd worden. Verbinden is belangrijk, maar uiteindelijk moet een organisatie haar maatschappelijke opdracht waarmaken."

Van Wingerden ziet dezelfde uitdaging. "Je moet steeds terug naar de kern van je opdracht. Waarom bestaat de organisatie? Voor wie doen we dit werk? Dat grotere doel moet je steeds voor ogen houden." Daar hoort volgens haar ook transparantie bij. "Werk je met publiek geld? Dan moet je open zijn over wat goed gaat, maar ook over wat niet lukt. Soms moet je moeilijke gesprekken voeren of erkennen dat iets anders is gelopen dan gehoopt. Dat vraagt lef."

Een verantwoordelijkheid voor de volgende generatie

Aan het einde van het gesprek benadrukken beiden dat diversiteit niet alleen gaat over de samenstelling van besturen vandaag, maar ook over de bestuurders van morgen.

"Elke toezichthouder en bestuurder is ooit ergens voor het eerst begonnen", zegt Khandekar. "Als organisaties hebben we de verantwoordelijkheid om nieuw talent kansen te geven. Als er voldoende ervaring aan tafel zit, moet je soms bewust ruimte maken voor mensen die nog aan het begin van hun bestuurlijke loopbaan staan."

Van Wingerden sluit zich daarbij aan. "We hebben in Nederland een diverse samenleving. Diversiteit in de boardroom ontstaat niet vanzelf, maar is een keuze die organisaties kunnen maken. Als je bereid bent kritisch naar jezelf te kijken en anders te zoeken, verrijk je uiteindelijk niet alleen je bestuur, maar je hele organisatie."

Voor Stichting BOOR is dat geen losstaand thema. Het vloeit rechtstreeks voort uit de opdracht van het openbaar onderwijs zelf. Want wie kinderen wil voorbereiden op een diverse samenleving, moet ervoor zorgen dat diezelfde samenleving ook zichtbaar is aan de bestuurstafel.