De bibliotheek is allang niet meer alleen een plek om boeken te lenen. Het is een ontmoetingsplek, een toegangspoort tot kennis en een publieke voorziening waar iedereen welkom is. Maar hoe houd je die maatschappelijke rol overeind in een groeiende en veranderende stad?
Melek Usta spreekt Agnes Jongerius, voorzitter van de Raad van Toezicht van Bibliotheek Utrecht, over de maatschappelijke opdracht van de bibliotheek, de uitdagingen voor de komende jaren en het leiderschap dat nodig is nu de organisatie een opvolger zoekt voor directeur-bestuurder Deirdre Carasso.
‘Hier komt alles samen’
Agnes Jongerius was voorzitter van de FNV, Europarlementariër en is momenteel waarnemend burgemeester van Oudewater. Melek: “Wat maakte juist het voorzitterschap van de Raad van Toezicht van Bibliotheek Utrecht zo interessant voor jou?”
“Het begint eigenlijk bij mijn jeugd. We hadden thuis allemaal een abonnement op de bibliotheek. Ik heb de hele jeugdbibliotheek uitgelezen. Mijn moeder was onderwijzeres, dus lezen was bij ons thuis belangrijk.” Die verbondenheid loopt door haar loopbaan heen. “Er zit iets in het wezen van de bibliotheek dat je met een klassiek woord verheffing zou noemen.” Bij de FNV hield Jongerius zich onder meer bezig met Stichting Lezen en Schrijven. “Hoe zorg je ervoor dat kinderen, maar ook volwassen werknemers, over de schaamte heen stappen en durven te zeggen: ik kan het eigenlijk niet zo goed?”
Als Europarlementariër had ze contact met de voorganger van Carasso, die actief was in het Europese bibliotheeknetwerk. Ze was betrokken bij een tentoonstelling in het Europees Parlement over het belang van bibliotheken. Daarbij speelde de vraag welke plek bibliotheken verdienen in de maatschappelijke basisinfrastructuur, naast onderwijs en welzijnswerk. Toen ze werd benaderd voor de toezichthoudende functie, hoefde ze niet lang na te denken. “Hier komt alles samen.”
‘De bibliotheek is geen duizenddingendoekje’
Melek: “De bibliotheek heeft een steeds bredere maatschappelijke rol gekregen, van taalvaardigheid en digitale inclusie tot ontmoeting. Hoe kijk jij als toezichthouder naar die ontwikkeling?”
“Bibliotheken zijn nieuwe ontmoetingsplekken geworden die je keihard nodig hebt als je een gemeenschap wilt zijn.” In een ideale wereld zouden volgens Jongerius andere voorzieningen een deel van die taken vervullen. Dan zou er voldoende buurt- en jongerenwerk zijn, zouden scholen zelf genoeg boeken kunnen aanschaffen en zou de overheid communiceren op een manier die iedereen begrijpt. “Maar die ideale wereld is er niet. Gelukkig is de bibliotheek goed in staat om een deel van die idealen toch in te vullen.”
Melek vraagt of bibliotheken wel voldoende zijn toegerust voor al die verantwoordelijkheden. “Ze zijn geen duizenddingendoekje voor alle maatschappelijke problemen en voor alle gaten die we in het netwerk hebben laten vallen.” Bibliotheek Utrecht verkeert volgens Jongerius in een relatief gunstige positie. Het draagvlak bij de gemeente is groot en er is extra geld beschikbaar gesteld voor bibliotheken op scholen. Toch blijven er grenzen. “We kunnen nog niet alle scholen voorzien van een bibliotheek op school met goede consulenten. En voor het mbo staan we eigenlijk nog aan het begin.” De ambities moeten volgens haar in verhouding staan tot de beschikbare middelen en menskracht. Want ook de collectie en de kwaliteit van de vestigingen blijven aandacht vragen.
Bibliotheken zijn nieuwe ontmoetingsplekken geworden die je keihard nodig hebt als je een gemeenschap wilt zijn.
De bibliotheek hoort aan tafel bij de ontwikkeling van de stad
Melek: “Als je vooruitkijkt naar de komende jaren, welke uitdagingen zijn dan specifiek voor Utrecht belangrijk?”
“Utrecht groeit als een dolle en wij willen er zijn voor alle Utrechters.” Jongerius wijst op de verschillen tussen wijken. In Kanaleneiland vinden zoveel activiteiten voor en door bewoners plaats dat de bibliotheek bijna uit haar jasje groeit. In Overvecht bieden de herstructureringsplannen kansen om de positie van de bibliotheek opnieuw te bekijken. “Als we een nieuwe woonwijk gaan bouwen in Rijnenburg, zal iedereen begrijpen dat daar een bushalte en een supermarkt moeten komen. Maar wij moeten zeggen: daar hoort ook een bibliotheek bij.”
Melek: “Eigenlijk zeg je dat de bibliotheek al vroeg betrokken moet zijn bij de ontwikkeling van de stad, dwars door de gemeentelijke domeinen heen?” “Je moet verbindingen hebben met het sociale domein, het welzijnswerk en het onderwijs. Maar eigenlijk moet je ook bij de ruimtelijke ontwikkeling aan tafel zitten.” Daar ligt een belangrijke opgave voor de nieuwe directeur-bestuurder. Carasso heeft volgens Jongerius veel bereikt in de relatie met de gemeente. Toen zij aantrad, bleek er een aanzienlijk financieel tekort te zijn. Inmiddels is dat weggewerkt en is het vertrouwen hersteld.
“Deirdre heeft haar tijd heel goed gebruikt.” De volgende fase vraagt volgens Jongerius om een bredere positionering van de bibliotheek. “Hoe positioneer je je in een stad in verandering?” De opvolger moet het samenspel met de gemeente goed begrijpen en kunnen spelen.
Je moet verbindingen hebben met het sociale domein, het welzijnswerk en het onderwijs. Maar eigenlijk moet je ook bij de ruimtelijke ontwikkeling aan tafel zitten.
‘We zijn nieuwsgierig en niet veroordelend’
Ook de digitale wereld stelt bibliotheken voor nieuwe uitdagingen. Jongerius noemt de opkomst van nepnieuws en de vraag hoe mensen betrouwbare informatie kunnen vinden. Tegelijkertijd wordt steeds vaker aangenomen dat iedereen digitaal vaardig is. “Ik ben zelf hoger opgeleid, maar als ik digitaal iets met de gemeente moet regelen, raak ik soms al de weg kwijt.”
Daarnaast ziet ze een belangrijke rol voor de bibliotheek in een samenleving waarin tegenstellingen verharden. “Hier heb je een plek waar iedereen welkom is. Als we open zijn, kun je naar binnen. Het is een warme plek waar je een stoel en een tafel kunt vinden.”
Melek: “Kan de bibliotheek ook helpen om mensen uit hun eigen bubbel te halen?” Agnes: “Het gaat er in ieder geval om dat mensen nieuwsgierig blijven. Niet zeggen: ik heb iets op Facebook gelezen, dus ik weet al hoe het zit.”
Onder leiding van Carasso is Bibliotheek Utrecht steeds nadrukkelijker een plek voor en door Utrechters geworden. Bewoners organiseren er zelf activiteiten, van iftar-maaltijden tot leesclubs in het Soedanees. “We zijn hier een publieke plek. We zijn nieuwsgierig en niet veroordelend.” Tegelijkertijd moet de bibliotheek bewaken waarvoor ze staat. “We laten ons niet voor één karretje plaatsen.” Dat vraagt volgens Jongerius van een directeur-bestuurder niet alleen zichtbaarheid als boegbeeld, maar ook een scherp moreel kompas.
‘Een inspirerend leider maakt zich groot én klein’
Begin 2027 vertrekt Deirdre Carasso. Melek: “Jullie noemen inspirerend leiderschap als een belangrijke kwaliteit voor haar opvolger. Wat betekent dat voor jou?”
“Iemand die zich groot maakt en voor de troepen gaat staan. En zich vervolgens ook weer klein maakt door naast mensen te gaan staan. Het is altijd teamwerk. Iemand moet de boel op sleeptouw nemen, maar moet ook oog hebben voor de vraag: kunnen mensen het allemaal nog volgen?”
Dat laatste is belangrijk na jaren van verandering. De programmering is steeds meer onderdeel geworden van het werk in de vestigingen. Dat vroeg om organisatorische veranderingen en een cultuurtraject, zodat medewerkers zich ook eigenaar voelen van die ontwikkeling.
Melek: “Wat wil je van Deirdres leiderschap behouden en wat heeft de organisatie in de volgende fase extra nodig?” Agnes: “Het zijn grote schoenen die gevuld moeten worden.” Jongerius wil voortbouwen op wat Carasso heeft bereikt, met daarnaast meer aandacht voor de interne organisatie. “Zit de organisatie goed in elkaar? Kunnen mensen het allemaal bijbenen? Hebben medewerkers de ruimte om te zeggen: dit gaat voor mij niet?”
Ook buiten de bibliotheeksector kijken
Tot slot benadrukt Jongerius dat de Raad van Toezicht nadrukkelijk openstaat voor kandidaten van buiten de bibliotheekwereld. “Toen Deirdre werd benoemd, hebben we bewust gekozen voor iemand van buiten de sector. Ik hoop dat ook mensen die ergens anders werken getriggerd worden om te denken: misschien is dit wel iets voor mij.”
En wat maakt Bibliotheek Utrecht volgens haar aantrekkelijk om te besturen? “We zijn als Raad van Toezicht allemaal op onze eigen manier enorm verknocht aan de bibliotheek. Voor iedereen is dit eigenlijk de nevenfunctie waar we het meest trots op zijn. Een plek waarvoor je graag een extra stap zet.”