Vrouwen aan de top; 20,5% is helaas zo slecht nog niet!
De afgelopen tijd lezen we weer regelmatig discussies over de onevenredige man-vrouw verdeling in hoge managementposities. Uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat het aandeel vrouwen in managementposities bij grote bedrijven 20,5% is. Minister-president Rutte neemt openlijk stelling in de Volkskrant van vrijdag 27 mei: ‘ Bedrijf heeft vrouwen nodig’. En wat mij betreft uit het hart gegrepen! Ik zal hier niet de voordelen van meer diversiteit in organisaties gaan herhalen, die we gelukkig steeds vaker lezen. Maar de weg daar naar toe blijft mij boeien. Vaak wordt de bal bij bedrijven gelegd. Wat ik in veel discussies over dit onderwerp mis, is een goede analyse van de feitelijke situatie. Daarom nog maar eens de Emancipatiemonitor 2010 (CBS) erbij gepakt. Verplichte kost voor iedereen die serieus met dit onderwerp aan de slag wil. Wat kunnen we daar uit opmaken? Voor ik in de cijfers duik even een aanname: werken in topposities en de weg daar naar toe zal voor het overgrote deel gebaseerd zijn op basis van fulltime inzet. Nu de analyse van het CBS.
Allereerst lezen we dat de arbeidsparticipatie van vrouwen substantieel lager ligt dan van mannen: 71% versus 83%. Ten tweede zien we dat 75% van de vrouwen een deeltijd dienstverband heeft. Voor mannen ligt dat cijfer op 25%. Gaan we er vanuit dat er geen andere factoren een rol spelen, dan zou op grond van deze cijfers een statistisch te verwachte verdeling in topposities de volgende zijn: 22% vrouwen en 78% mannen. Dit komt al dicht bij de eerdergenoemde 20,5%. De vijver met talent voor de top is simpelweg veel minder gevuld met vrouwen dan met mannen! Daarnaast lezen we in de Emancipatiemonitor dat vrouwen duidelijk minder gericht zijn op verticale carrière-ontwikkeling dan mannen.
Wat leren we van deze beknopte en beperkte analyse van de Emancipatiemonitor om beleid ten aanzien van diversiteit in hoge managementposities te formuleren? Willen we meer diversiteit, dan zullen we hoognodig maatregelen moeten nemen die deeltijd werken ontmoedigen. Denk aan fiscale maatregelen die fulltime werken extra interessant maken en aan versterking van de kinderopvang, zowel kwalitatief als kwantitatief. Meer vrouwen aan de top krijgen vergt ook een mentaliteitsomslag bij vrouwen zelf. Niet alleen door de keuze te maken voor fulltime toewijding aan het werk, maar ook door aan verticale carrièreontwikkeling zelf meer waarde toe te kennen. Daarmee zijn we er nog niet. We weten dat vrouwen vaak over het hoofd worden gezien bij promoties omdat ze minder snel hun vinger opsteken. In management developmenttrajecten valt dus ook nog winst te behalen.
Laten we beginnen met het vergroten van de vijver met potentiële vrouwelijke kandidaten voor topposities. Dit kunnen we realiseren door eindelijk eens de gewoonte van deeltijdwerk los te laten en te stimuleren dat een groter deel van de vrouwen fulltime voor haar carrière gaat. Nieuwe manieren van plaats- en tijdonafhankelijk werken (Het Nieuwe Werken) versterken hierbij voor vrouwen de mogelijkheid om een topfunctie te combineren met een gezin.
Melek Usta
Lees hier het stuk in de Volkskrant, dinsdag 31 mei 2011









